platenpraten met denvis

platenpraten met denvis

Deze keer met Denvis (Dennis Grotenhuis), één van de rockiconen uit de stad. Hij is onder meer bekend van The Spades en treedt daarnaast ook solo op. Op 27 september staat de debuutrelease van zijn nieuwe band D Deadly gepland, in het Evoluon! Wij spreken hem over zijn favoriete platen.

 

Wat is je meest favoriete plaat aller tijden en waarom?
The Stooges van The Stooges. Dat wisselt wel af met Exile on Mainstreet van The Stones en heel af en toe dan komen The Posies, Teenage Fanclub, You Am I en The Lemonheads in dat lijstje voor. Maar de meest consequente: eigenlijk het hele oeuvre van The Stooges, met alle drie de platen en de studio-opnames. Wat voor mij het meest indruk heeft gemaakt is de vibe en manier van spelen. In ’69 kwamen zij met een heel ander geluid dan wat er in die tijd leefde. Het was een dikke vinger naar alles en iedereen. Echte garagerock, een soort van voorloper op de Punk. Punk heeft dat eigenlijk nooit meer ingehaald, hoe geloofwaardig die muziek ook was, vind ik. Zo vind ik The Sex Pistols best een leuke band om naar te luisteren en vooral om naar te kijken; ze hebben natuurlijk heel wat gekke stunts uitgehaald. Maar er was een band die dat tien jaar eerder heeft gedaan en nooit meer overtroffen is. The Stooges hebben in hun eentje een heel muziekgenre neergezet. Er waren wel een aantal bands die een beetje om elkaar heen draaiden. Je had bijvoorbeeld MC5, dat was ook een stoere band en ging ook in op die garagerock. Maar zij probeerden een politiek statement te maken en ook al deden zij dat nog best wel cool – door The Black Panthers aan te hangen en zichzelf The White Panthers te noemen – The Stooges waren origineler in hun aanpak en kwamen uit het niets. Zelfs bij The Beatles en The Stones kun je herleiden waar het vandaan kwam en waarom het geworden is wat het geworden is. The Stooges hebben niet te lang bestaan en zijn onderweg met een kapot busje uit elkaar gespat, dus ook daar werd elk rockcliché ingelost. Ze zijn er destijds nooit rijk van geworden, maar waarschijnlijk is het de meest geniale band ooit.

 

Wat is je favoriete Eindhovense plaat?
Rocket Fuel van Peter Pan Speedrock. Deze plaat heeft voor mij ontzettend veel betekend, vooral omdat hij mij destijds heeft aangespoord hard te werken aan een eigen band. Het heeft me enorm geïnspireerd. Ik kreeg er een grote brok positieve energie van. Ik genoot erg van hun aanpak en het hoge niveau van de plaat.
Daarbij heb ik er gewoon letterlijk spijkers mee uit de vloeren getrokken in mijn huisje. Ik had een heel goede installatie en ik woonde in een oud huis in Amsterdam. Ik zette die plaat zo hard op dat de spijkers uit de houten vloer bijna naar boven kwamen.  Er kwamen echt mensen van drie straten verder vertellen dat dat toch echt niet kon. Ik zei: “Jawel, dat kan wel. We wonen hier midden in de stad en daar kan alles!”.

 

Welke plaat is voor jou emotioneel het meest waardevol en waarom?
XO van Elliott Smith. En waarom? Daarvoor moet je die plaat gewoon opzetten, je kunt dat niet uitleggen. Deze plaat, alhoewel hij heel zwaar is, was het laatste wat ik draaide op mijn bruiloft, half vijf in de nacht. Elliot Smith kan emotie perfect verwoorden in muziek. Stiekem maakt het niet uit welke plaat, want dan hebben we het eigenlijk weer over zijn hele oeuvre. Elke lezer moet alle platen uit z’n kop kennen!

 

Welke plaat ligt er nu op je platenspeler?
Jullie kwamen binnen en zagen Doe Maar liggen. Toen zijn wij de eerste plaat gaan draaien... Doe Maar, Doe Maar. Ik heb een zwak voor de eerste platen van bands.

 

Heb je ook zo’n zwak voor B-sides?
Ik ben vaak niet zo op zoek naar de hit van een band. Ik geloof sowieso niet in hits, hits zijn verzinsels vanuit Hilversum. Zolang je maar lang genoeg iets in iemands strot douwt wordt het vanzelf een hit. Daarom wordt Gordon ook een ‘so called hit’ genoemd. Enne, Dries Roelvink heeft net zijn eerste hit gehad. Dat betekent helemaal niet dat het een goed nummer is, dat betekent dat er een manager met een heel uitgewerkt financieel plan de juiste reten loopt te kussen. En zo wordt een hit gemaakt, vooral in Nederland. Een goed nummer komt altijd wel naar boven. En over B-kantjes, er zijn genoeg hits die ooit als B-kantje van een single toch naar boven zijn gekomen. Ofja hit, een goed nummer. Die waren dan opvulling voor een album, maar zijn uiteindelijk toch boven komen drijven omdat het zo’n goed nummer was.

 

Voor welke plaat die je hebt schaam je je het meest?
Niet. Je schamen voor muziek is zo’n beetje het domste wat je kunt doen in het leven. Net na het in de fik steken van een ziekenhuis, komt het schamen voor muziek.

 

Wat is voor jou de meest overschatte plaat?
Uhm… alles van The Killers. Ik vind dat zo’n ontzettend flauwe band en ik sta me altijd enorm te verwonderen over het feit dat deze band toch heel erg opgepikt wordt en mensen dat dan een ‘mega act’ vinden ofzo. Dat heb ik heel eerlijk gezegd ook bij Muse. Muse hoor ik heel vaak en als ik eerlijk ben dan vind ik één of twee nummers wel mooi. Maar als ik vraag aan iemand: “Muse, wat vind je daar dan mooi aan?”, dan krijg ik altijd positieve antwoorden over de lichtshow en het podium te horen. Ja, waar heb je het over! Je staat gewoon naar muziektheater te kijken, met dat bombastische, en ze pakken je gewoon in. Met dat mooie vuurwerk, een lichtshow en de afmeting van het podium. Ik vind het niet puristisch, ik vind het volksvermaak.

 

Editie: DE POPEI september 2013
Tekst: Bart Becx

Foto: Joren Hoogeboom – www.architectuurenfoto.nl

Gepubliceerd op 08/12/2016